Home / De Buckfastbij
De Buckfastbij
Een bij die niet uit één streek komt, maar uit een teeltprogramma. Waar de Buckfast vandaan komt, wat haar kenmerkt en hoe ze vandaag in België verder geteeld wordt.
Broeder Adam en de abdij van Buckfast
De Buckfastbij is genoemd naar de benedictijnenabdij van Buckfast in Devon, in het zuidwesten van Engeland. Als jongen van elf kwam de Duitse Karl Kehrle (1898–1996) naar de abdij. Als monnik kreeg hij de naam broeder Adam. Vanaf 1915 hielp hij in de bijenstal, en in 1919 werd hij er verantwoordelijk voor.
In die jaren raasde de Isle of Wight disease over Groot-Brittannië, veroorzaakt door de tracheeënmijt (Acarapis woodi). In de abdij gingen 29 van de 45 volken verloren. De inheemse zwarte bijen stierven vrijwel allemaal uit; wat overbleef, waren volken van Italiaanse herkomst en kruisingen daarvan. Met die overlevers begon broeder Adam vanaf 1917 een nieuwe bij op te bouwen.
- 1915
- Begint in de bijenstal van de abdij. De tracheeënmijt treft de volken.
- 1919
- Wordt verantwoordelijk voor de bijenteelt van de abdij.
- 1925
- Richt een afgelegen bevruchtingsstation in op Dartmoor, waar alleen zijn eigen darren vliegen.
- vanaf 1950
- Reist door Europa, het Nabije Oosten en Noord-Afrika, op zoek naar bijen met waardevolle eigenschappen.
- 1987
- Laatste zoektocht, op de hellingen van de Kilimanjaro. Zijn boek Breeding the Honeybee verschijnt.
- 1992
- Stopt op 93-jarige leeftijd met zijn werk in de bijenstal.
- 1996
- Overlijdt op 1 september.
Combinatieteelt: een open teeltsysteem
Broeder Adam zag de Buckfast niet als een ras, maar als een teeltlijn die nooit af is. Zijn werkwijze heet combinatieteelt: bijen van verschillende herkomst kruisen, de nakomelingen streng testen en alleen verder kweken met de volken die de gewenste eigenschappen combineren. Zo worden goede eigenschappen uit verschillende bijenrassen in één lijn vastgelegd.
Een gecontroleerde paring is daarbij essentieel. Daarom werkte broeder Adam met een afgelegen bevruchtingsstation en later ook met instrumentele inseminatie. Die principes gelden vandaag nog: wie een Buckfastkoningin koopt, koopt een stuk van een stamboom die vele generaties ver teruggaat.
Ras of lijn? Een ras zoals de Carnica (Apis mellifera carnica) is in de natuur ontstaan, in een bepaalde streek. De Buckfast is door mensen samengesteld en blijft open voor nieuwe inbreng. Zo werden in de loop der jaren onder meer Anatolische bijen ingekruist, zoals in onze Bayburt98-lijn, en vandaag lijnen met VSH.
Waar de Buckfast om bekendstaat
- Zachtaardig. Buckfastvolken zijn rustig en laten zich ook bij minder goed weer behandelen.
- Raamvast. De bijen blijven rustig op de raat zitten als je een raam uit de kast neemt.
- Weinig zwermdrift. Geen enkele bij zwermt nooit, maar Buckfastvolken hebben een lage neiging tot zwermen.
- Productief. Sterke volken met een grote haaldrift en een goede honingopbrengst.
- Weinig propolis. Buckfastbijen verzamelen minder propolis dan veel andere bijen, zodat de ramen minder vastgekit zitten.
- Gezondheid. De Buckfast ontstond als antwoord op een ziekte, en gezondheid is sindsdien een vast teeltdoel. Vandaag gaat de aandacht vooral naar weerbaarheid tegen de varroamijt.
Die eigenschappen gelden vooral voor koninginnen uit een gecontroleerde paring. Vrij gepaarde nakweek (F2, F3) kan meer variëren en soms onrustiger worden, omdat de eigenschappen bij vrije paring opnieuw uiteenvallen. Daarom vervangen veel Buckfastimkers hun koninginnen geregeld door F1- of KI-koninginnen.
Een Buckfaststamboom lezen
Buckfastkoninginnen krijgen een code die in stambomen en teeltregisters gebruikt wordt, onder meer in de databank van de GdeB (Gemeinschaft der europäischen Buckfastimker). Neem onze teeltmoeder B602:
- B
- Buckfast
- 602
- nummer van de koningin bij de teler
- (PID)
- kwekerscode van de teler, hier de onze
- 26
- geboortejaar van de koningin (2026)
- sdi
- single drone insemination: geïnsemineerd met één dar
In een stamboom zie je daarnaast de moeder en de vaderlijke kant. Bij B602 is de moeder B83(PID)25, en B602 zelf werd geïnsemineerd met één dar uit B324(ADE)23. Zo kan je de afstamming van elke koningin generaties ver terug volgen.
Buckfast in België
In Vlaanderen werken veel imkers met Buckfastbijen. Wie zelf aan teelt en selectie doet, werkt samen in verenigingen zoals Buckfast Vlaanderen en in het VSH-programma van Arista Bee Research Belgium. Resultaten en stambomen worden gedeeld, zodat telers elkaars beste lijnen kunnen gebruiken.
België heeft geen eilanden die als natuurlijk bevruchtingsstation kunnen dienen. Belgische telers werken daarom met instrumentele inseminatie, met bevruchtingsstanden op plaatsen met weinig andere bijen, of brengen hun koninginnen naar bevruchtingseilanden zoals Ameland in Nederland en Baltrum in Duitsland. Ook wij brengen koninginnen naar die eilanden.

Wij telen zelf op kleine schaal in Moortsele (Oosterzele). Onze koninginnen komen uit de lijnen B83/B602 en Bayburt98 en worden geselecteerd op zachtaardigheid, opbrengst en VSH. Bekijk ons aanbod.
Buckfast en VSH
Omdat de Buckfast een open teeltsysteem is, kan VSH (Varroa Sensitive Hygiene) erin gekruist worden zonder de typische Buckfasteigenschappen te verliezen. Selectie op VSH is vandaag een belangrijk doel in veel Buckfastteeltprogramma's, ook in het onze.
Veelgestelde vragen
Is de Buckfastbij een aparte soort?
Nee. Alle honingbijen in Europa behoren tot dezelfde soort, Apis mellifera. De Buckfast is een teeltlijn binnen die soort, samengesteld uit verschillende ondersoorten.
Waarom wordt mijn Buckfastvolk na enkele jaren feller?
Als een volk zelf een nieuwe koningin opkweekt, paart die vrij met darren uit de buurt. Na een of twee generaties vrije paring kunnen eigenschappen zoals zachtaardigheid uiteenvallen. Een nieuwe F1- of KI-koningin brengt het volk weer op niveau.
Zwermen Buckfastvolken nooit?
Toch wel. Ze hebben een lage zwermneiging, maar een volk dat te weinig ruimte krijgt of een oudere koningin heeft, kan ook zwermen. Tijdig ruimte geven en met jonge koninginnen werken blijft belangrijk.
Een Buckfastkoningin voor seizoen 2027?
Kies een F1- of KI-koningin uit onze lijnen B83 en Bayburt98.