Home / Wat is VSH?
Wat is VSH, en wat mag je verwachten van een F1-koningin?
Een heldere uitleg over varroagevoelige hygiëne: hoe bijen besmette cellen vinden, hoe we het meten en waarom de paring zo belangrijk is.
Wat is VSH?
VSH staat voor Varroa Sensitive Hygiene. Het is een vorm van hygiënisch gedrag waarbij werksters gedekselde broedcellen opsporen waarin een varroamijt zich voortplant. Ze openen die cel en ruimen de pop samen met de mijt en haar nakomelingen op. Zo wordt de voortplanting van de mijt onderbroken, precies op de plek waar ze het meeste schade aanricht.
Het kenmerk werd in de jaren negentig beschreven door het USDA-labo in Baton Rouge (VS). Vandaag wordt er in heel Europa op geselecteerd, in Vlaanderen onder meer binnen de werking van Arista Bee Research en in Duitsland binnen de Buckfastverenigingen.
Kort gezegd: VSH is geen middel dat de mijt uitroeit. Het is een natuurlijk afweermechanisme dat de groei van de mijtenpopulatie zo sterk afremt dat het volk onder de schadedrempel kan blijven.
Hoe vinden bijen een besmette cel?
In het donker van de kast werken bijen vooral met hun reukzin. Met hun antennes vangen ze geurstoffen op die door het poreuze wasdeksel naar buiten komen.
- Signalen van de pop. Een pop waaraan een mijt zuigt, raakt gestrest en geeft andere geurstoffen af dan een gezonde pop.
- Signalen van de mijt. De mijt en haar nakomelingen laten zelf chemische sporen en uitwerpselen achter in de cel.
- Aftasten. Bijen betasten het deksel intensief met kaken en antennes. Dat speelt een aanvullende rol.
VSH-bijen hebben een lagere prikkeldrempel voor die signalen. Ze reageren dus al op een zwak geursignaal waar andere bijen aan voorbij gaan.
Van vermoeden tot beslissing
- De bij ruikt iets verdachts aan een cel.
- Ze bijt een klein gaatje in het deksel.
- Ze steekt haar antennes in de cel en controleert.
- Vindt ze een mijt die zich voortplant, dan wordt de cel uitgeruimd. Zo niet, dan wordt het gaatje weer dichtgemaakt.
VSH, SMR en recapping
Bij een broedtelling kom je drie begrippen tegen die nauw samenhangen.
| Begrip | Wat het betekent |
|---|---|
VSH | Het gericht opsporen en uitruimen van cellen met een zich voortplantende mijt. |
SMR | Suppressed Mite Reproduction: het aandeel mijten in het broed dat geen levensvatbare nakomelingen heeft. Vaak een gevolg van VSH: wie de voortplanters wegruimt, houdt vooral onvruchtbare mijten over. |
Recapping | Cellen die geopend en opnieuw gesloten werden. Herkenbaar aan een deksel zonder het fijne spinsel aan de binnenkant. Ook het openen zelf kan de voortplanting van de mijt verstoren. |
Het openen en weer sluiten van een cel schaadt een gezonde pop niet. Het broednest blijft warm genoeg en de bij loopt normaal uit.
Hoe meten we VSH?
De referentie is de broedtelling volgens Harbo. Onze tellingen doen we deels zelf en deels in samenwerking met Arista Bee Research Belgium, telkens volgens hetzelfde protocol. We nemen een raat met gedekseld werksterbroed in het juiste stadium (poppen met roze tot paarse ogen) en openen cel per cel. Voor een betrouwbaar resultaat zijn minstens 200 tot 300 cellen nodig, en bij voorkeur meer. We noteren:
- hoeveel cellen een moedermijt bevatten (de broedbesmetting);
- of die mijt nakomelingen heeft die op tijd rijp worden (reproducerend of niet);
- welke cellen tekenen van recapping vertonen, bij alle cellen en bij de besmette cellen apart.
| Kengetal | Berekening | Wat het zegt |
|---|---|---|
| Broedbesmetting | besmette cellen ÷ geopende cellen | Hoe zwaar het broed belast is |
| SMR | niet-reproducerende mijten ÷ besmette cellen | Aandeel onvruchtbare mijten |
| REC_all | cellen met recapping ÷ geopende cellen | Hoe ijverig de bijen algemeen controleren |
| REC_inf | besmette cellen met recapping ÷ besmette cellen | Of de bijen gericht de besmette cellen vinden |
Ligt REC_inf duidelijk hoger dan REC_all, dan vinden de bijen de besmette cellen gericht. Dat is een sterke aanwijzing voor VSH-aanleg.
Een eerlijke kanttekening
Een VSH-score is maar zo sterk als het aantal besmette cellen waarop hij berust. Bij een laag besmet volk vind je soms maar enkele mijten, en dan is 100 % een hoopgevende maar voorlopige uitkomst. Daarom tellen we onze beste koninginnen meerdere keren.
Eenvoudiger methodes voor elke imker
- Naaldtest. Prik een vlak van 50 cellen gedekseld broed door en kijk na 6 tot 24 uur hoeveel is opgeruimd. Dit meet algemeen hygiënisch gedrag: nodig voor VSH, maar geen bewijs ervan.
- Alcoholwas. Tel de mijten op ongeveer 300 tot 500 bijen (circa 50 gram) van een raam met open broed. Blijft een onbehandeld volk in juli en augustus onder 3 %, dan houdt het de mijt goed in toom.
Hoe wordt VSH doorgegeven?
VSH is geen aan-uitschakelaar in één gen. Het is een polygeen kenmerk: veel genen dragen elk een beetje bij, en hun effect telt op. Hoe meer VSH-aanleg een werkster van moeder én vader meekrijgt, hoe gevoeliger ze reageert.
De erfelijkheidsgraad is matig, in de literatuur doorgaans tussen 0,18 en 0,44. Dat is hoog genoeg om met gerichte selectie snel vooruit te gaan, maar laag genoeg om het kenmerk snel te verliezen als je de paring niet controleert.
Waarom de darren zo belangrijk zijn
Een koningin paart met 10 tot 20 darren. Haar volk bestaat dus uit groepen halfzussen met elk een andere vader. Alleen als een groot deel van die vaders VSH-aanleg heeft, zie je het gedrag duidelijk terug in het volk. Daarom gebruiken telers instrumentele inseminatie of afgeschermde bevruchtingsstations waar alleen geselecteerde darren vliegen.
Darren ontstaan uit een onbevrucht ei. Een dar draagt dus uitsluitend genen van zijn moeder. Dat maakt een goede koningin ook een waardevolle darrenleverancier.
Wat mag je verwachten van een F1-koningin?
Een F1-koningin is een dochter van een van onze geteste teeltmoeders. Zelf is ze van een volledig gekende afstamming: haar moeder is de teeltmoeder, haar vader komt uit de darrenlijn waarmee die teeltmoeder werd geïnsemineerd. Zij paart vrij op onze paringsstand.
Daar laten we heel veel darren uit onze VSH-lijnen vliegen. Daardoor paren F1-koninginnen in grote mate met die darren. Een vrije paring blijft wel een vrije paring: darren van andere imkers kunnen altijd meedoen, dus een garantie kunnen we niet geven.
Werksters van een KI-koningin
Werksters van een F1-koningin
Omdat VSH additief is, krijgen de werksters van een F1-koningin de ene helft van hun aanleg zeker uit geselecteerd materiaal. De andere helft komt van de darren die op de paringsstand vlogen: meestal grotendeels VSH-darren, maar het precieze aandeel verschilt per koningin. De verhouding in de balk is een illustratie, geen meting.
Wat betekent dat concreet?
- Een duidelijke stap vooruit tegenover een volk zonder VSH-achtergrond: meer hygiënisch gedrag en meestal een tragere mijtengroei.
- Meer spreiding tussen volken dan bij KI. Twee F1-zussen kunnen zich verschillend gedragen, afhankelijk van hun partners. Ook zachtaardigheid kan iets meer variëren.
- Geen garantie op behandelingsvrij imkeren. Een F1-volk moet je blijven opvolgen zoals elk ander volk.
- Waardevolle darren. De zonen van je F1-koningin dragen alleen haar genen, dus de volledige gekende afstamming. Laat daarom darrenbroed staan in je beste F1-volken: zo verbeter je ook de darrenpopulatie in je buurt.
- Dochters van een F1 (F2) die opnieuw vrij paren, verdunnen het kenmerk verder. Wil je zelf nakweken, start dan bij voorkeur van een KI-koningin en zorg voor goede darren.
| Koningin | Paring | Verwachte VSH-uitdrukking |
|---|---|---|
| Teeltmoeder | Inseminatie met VSH-darren | Hoog, getest |
| KI-dochter | Inseminatie met VSH-darren | Hoog en stabiel |
| F1-dochter | Vrij gepaard op onze paringsstand (veel VSH-darren) | Goed, maar wisselend per volk |
| F2 (dochter van F1) | Vrij gepaard | Lager, sterk wisselend |
VSH-koninginnen in de praktijk
Een VSH-imker spendeert minder tijd met zuur en meer met opvolgen. Onze eigen volken behandelen we al jaren niet meer tegen varroa; we volgen ze op met broedtellingen en een alcoholwas. Stap je zelf over, doe dat dan geleidelijk. Deze gewoontes helpen je het meeste uit je koninginnen te halen.
Opvolgen in plaats van behandelen volgens de kalender
- Doe vanaf juli om de drie à vier weken een alcoholwas.
- Blijft een volk in juli en augustus onder 3 %, dan houdt het de mijt goed in toom. Noteer dat volk als kandidaat om van na te kweken.
- Zit een volk erboven, behandel het dan om je stand te beschermen, en kweek er niet van na.
- Een winterbehandeling met oxaalzuur in broedloze toestand stoort het VSH-gedrag niet, omdat dat zich in het broed afspeelt.
Wat de werking versterkt of afremt
- Voeding. Gevarieerd stuifmeel ondersteunt de fitheid die nodig is voor dit arbeidsintensieve gedrag. In een drachtgat zakt de hygiëne vaak terug.
- Buren. Als volken in de omgeving instorten, kunnen via roof en vervliegen veel mijten tegelijk binnenkomen. Daartegen helpt VSH op korte termijn niet, want het werkt in het broed. Controleer je volken extra in de nazomer.
- Rust in de kast. Sterk geurende middelen en zuurbehandelingen kunnen de reukzin van de bijen tijdelijk verstoren.
- Samen sterker. Hoe meer volken met VSH-aanleg er in een straal van enkele kilometer staan, hoe beter het kenmerk bewaard blijft in je nateelt.
Zelf natelen van een KI-koningin
Een KI-koningin is een uitstekende teeltmoeder, maar haar dochters paren bij jou vrij. Of het VSH-kenmerk in je nateelt bewaard blijft, hangt dus voor de helft af van de darren rond je stand.
- Houd 2 à 3 F1-volken van een andere lijn aan als darrenvolken. Een andere lijn voorkomt dat de dochters van je KI-koningin met te nauw verwante darren paren.
- Laat die volken volop darren kweken. Geef ze een of twee darrenramen en snijd geen darrenbroed weg.
- Zorg dat de darren op tijd klaar zijn. Darren zijn pas na ongeveer twee weken na het uitlopen geslachtsrijp. Start de darrenvolken dus ruim voor je met teelt begint.
Hoe meer van die darren er in de buurt vliegen, hoe groter de kans dat je nateelt met VSH-darren paart.
Wat je op de raat ziet
Bij volken met veel VSH-activiteit zie je een wat onregelmatig broednest met hier en daar geopende cellen waarin poppen met paarse of zwarte ogen zichtbaar zijn. Dat is geen slechte koningin, maar het werk van de hygiënebijen.
Veelgestelde vragen
Kan de mijt zich aanpassen aan VSH?
Tot nu toe is daar geen duidelijk bewijs voor. De mijt zou haar geurspoor volledig moeten verbergen, en VSH berust op een combinatie van signalen. Tegen chemische middelen ontwikkelt de mijt wel regelmatig resistentie.
Gaat VSH ten koste van de honingopbrengst?
In moderne teeltprogramma's wordt VSH als bijkomend kenmerk geselecteerd, samen met opbrengst en zachtaardigheid. Het uitruimen kost het volk een klein deel van het broed, maar die poppen waren toch al beschadigd. Volken met minder virussen blijven vaak langer actief in de nazomer.
Helpt VSH ook tegen virussen?
Onrechtstreeks wel. Door besmette poppen te verwijderen, verdwijnen ook de plekken waar virussen zoals het vleugelmisvormingsvirus zich sterk vermeerderen. Dat komt vooral de winterbijen ten goede.
Ruimen VSH-bijen ook ander ziek broed op?
Vaak wel. VSH bouwt verder op algemeen hygiënisch gedrag, en volken met veel VSH ruimen doorgaans ook kalkbroed vlot op. Omgekeerd is een goede naaldtest alleen nog geen bewijs van VSH.
Deze uitleg steunt onder meer op de vragen en antwoorden over VSH-teelt van Buckfastteler Stefan Luff (Landesverband Buckfastimker Bayern, stand december 2025).
Klaar voor VSH op je eigen stand?
Kies een F1- of KI-koningin uit onze lijnen B83 en Bayburt98.